NL | FR

Behoud van de Zwarte bij

Treffen van maatregelen om te voorkomen dat de Zwarte bij, zijnde de énige honingbij inheems in Vlaanderen, volledig uitsterft.

Wanneer er gesproken wordt over bijen, dan leggen de meeste mensen daarbij meteen de associatie met honing en denken ze dus aan honingbijen. Maar hoewel de honingbij wellicht de bekendste bij is, is slechts zelden geweten dat de ene honingbij niet de andere is en er slechts eentje écht van bij ons is.

Het Europese continent is de thuishaven van een tiental verschillende ondersoorten van de Westerse honingbij (Apis mellifera) waarbij elk van die ondersoorten van nature elk een eigen geografisch begrensd habitat heeft. Echter, sinds eind 19de eeuw is men in heel Europa bijenvolken beginnen importeren van 2 ondersoorten die schijnbaar beter leken te zijn dan de lokaal inheemse ondersoort: Apis mellifera ligustica welke zelf inheems is in Italië en Apis mellifera carnica welke zelf inheems is in de Balkanregio. Doordat ondersoorten met elkaar kunnen paren en daarbij vruchtbare nakomelingen voortbrengen is op zeer veel plaatsen in sneltempo de lokaal inheemse ondersoort verdwenen ten gevolge van genetische pollutie door de geïmporteerde uitheemse ondersoorten. Zo is ook de Zwarte bij (Apis mellifera mellifera), de énige honingbij inheems in Vlaanderen en de rest van noordelijk Europa, er zeer ernstig aan toe. Naar schatting slechts 3% van de Belgische imkers werkt met de Zwarte bij, de meeste kans om in ons land een Zwarte bij tegen te komen heeft men momenteel in Noordwest-Limburg en Chimay. In andere landen die ook deel uitmaken van haar natuurlijke leefgebied is de situatie vaak niet veel beter.

Overheen heel Europa valt er de laatste jaren een trend op te merken dat honingbijen niet enkel meer vanuit landbouwkundig perspectief bekeken worden, maar ook meer en meer vanuit het perspectief van natuurbehoud en dat betekent dus de conservatie van al die verschillende ondersoorten. Naast het biodiversiteitsargument om al die ondersoorten te behouden, is dat behoud ook in het belang van de honingbijen zelf. Grootschalig Europees onderzoek heeft recentelijk immers aangetoond dat ook bij honingbijen er interacties bestaan tussen het genotype en de omgeving. Zo kon men overheen heel Europa vaststellen dat bijenvolken van lokale origine hogere overlevingskansen hebben dan bijenvolken van niet-lokale origine. Een reden te meer om Europese imkers aan te moedigen om te stoppen met het importeren van bijenvolken van uitheemse ondersoorten en in plaats daarvan aan de slag te gaan met bijenvolken van hun lokaal inheemse ondersoort.

De vzw Limburgse Zwarte Bij werkt, samen met andere partners, aan de conservatie van de Zwarte bij in Limburg (en bij uitbreiding Vlaanderen). Daartoe wordt op verscheidene vlakken actie ondernomen, een daarvan is selectie op karaktereigenschappen welke bij imkers geliefd zijn (dient opgemerkt te worden dat de selectie zodanig gebeurt dat er een brede genenpool behouden blijft). Deze selectie kadert in de participatie van Limburgse Zwarte Bij aan het Europese SmartBees project waarvoor het ondersteuning krijgt vanuit Natuurpunt Noord-Limburg en de Afdeling Bos, Natuur & Landschap van de KU Leuven.

Contactpersoon: Dylan Elen

Actor(en): Limburgse Zwarte Bij vzw, Natuurpunt Noord-Limburg, KU Leuven (Afdeling Bos, Natuur & Landschap)

Locatie: Noordwest-Limburg (en elders in Vlaanderen)

Website


Inschrijven voor het colloquium

Ik neem deel


Voer je actie, project, campagne voor bijen in

» Informatie indienen

Overzicht van acties, projecten en campagnes voor bijen

» Naar overzicht
Deel